Geschatte leestijd: 3 minuten

In de aanloop naar de Olympische Spelen gaan sporters tot het uiterste om hun prestaties te optimaliseren. Technologie is daarbij onmisbaar geworden. Zo trainen shorttrackers Sjinkie Knegt en Suzanne Schulting in het SmartSuit van Samsung. Een speciaal pak vol sensoren.

Het schaatspakpak is voorzien van vijf sensoren. Deze meten tot op de millimeter nauwkeurig de afstand tussen de heupen en het ijs. Dat is waardevolle informatie. Hoe ‘dieper’ de houding, hoe meer kracht de schaatsers kunnen overbrengen.

De sensoren sturen de informatie rechtstreeks naar de smartphone van bondscoach Jeroen Otter. Hij kan de data uitlezen via een speciale app. Met een druk op de knop kan hij bovendien zijn sporters waarschuwen. Zij voelen dan een trilling bij hun pols. Zo weten ze precies wanneer ze hun houding moeten corrigeren. Op die manier zoekt Otter samen met zijn schaatsers naar de meest ideale houding voor iedere fase in de race. Het SmartSuit is verboden tijdens de wedstrijd zelf, maar verbetert wel de voorbereiding.

Topsport en technologie

Topsport en wetenschap zijn altijd al hand in hand gegaan. Denk aan de klapschaats, een uitvinding die eind jaren 90 record naar record vermorzelde. En aan het aerodynamische fietspak van Tom Dumoulin, waarmee hij nog wat seconden van zijn toch al bloedsnelle tijdritten afschaaft.

De laatste jaren zoeken coaches en sportwetenschappers het vooral in technologie die het inzicht vergroot. Bijvoorbeeld in het wedstrijdverloop, in lichaamsfuncties of de prestaties zelf. Het schaatspak van Knegt en Schulting is daarvan een goed voorbeeld.

Menselijke grens

Dat is hard nodig ook. De topsport heeft zich namelijk in de afgelopen jaren enorm ontwikkeld. Het verschil tussen winnen en verliezen is vaak een kwestie van milliseconden, of minder. We lopen wat betreft snelheid, kracht en uithoudingsvermogen tegen de grenzen van het menselijk lichaam aan. In die kleine marges is enkel nog verbetering mogelijk in de details. Voor die details is technologie onmisbaar.

Duursporten voorop

Die nadruk op details heeft wel gevolgen voor de sport. Sommige sporten lijken haast meer op wetenschap. Neem wielrennen. Zeker tijdens grote rondes zetten de teams getrapt vermogen, stijgingspercentages en lichaamsgewicht nauwkeurig tegen elkaar af. Datawetenschappers analyseren iedere rit. Je zou bijna kunnen uitrekenen wie de Tour de France wint.

Volgens critici verliest topsport hierdoor een deel van zijn charme. En in een wedstrijd die vooraf tot de milliliter is uitgedacht, is natuurlijk minder ruimte voor verrassende wendingen en spontane acties. Ook rijst de vraag wie de meeste kans maakt: de beste sporters, of het team met de nieuwste snufjes?

Geen bezwaar

Persoonlijk heb ik geen enkel bezwaar tegen de inzet van technologie voor het verbeteren van prestaties. In de strijd om milliseconden zijn nu eenmaal alle hulpmiddelen welkom. Met een belangrijke voorwaarde: een gelijk speelveld. Sporters mogen door hun hulpmiddelen geen oneerlijk voordeel hebben ten opzichte van hun tegenstanders. Technologie als verborgen motortjes is de doodsteek voor de sport.

Kunnen Knegt en Schulting met hun Samsung-schaatspak het verschil maken? Ik zit in ieder geval vanaf 9 februari voor de buis.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *