Geschatte leestijd: 3 minuten

Ik ben zo’n type dat vooral tijdens vakanties volop fantaseert over een leven als vastgoedontwikkelaar. Vooral nieuwsberichten over de enorme waardestijging van huizen in de grote steden doen mij beseffen dat ik de boot continu mis. Want het behalen van een grote winstmarge op mijn huis, is nog steeds niet in zicht. Sterker nog, ik ben er nog nooit succesvol in geweest. En daar wil ik verandering in brengen.

Mijn allereerste huis was er eentje in een boerendorp. Een klein vrijstaand huisje met een grote tuin. Heerlijk voor alle dieren die ik hier wilde verzamelen en met die verzameling was ik al aardig op weg. De huizenprijzen in het boerenbuiten lagen stukken lager dan in de grote stad waar ik vandaan kwam. En wat een vrijheid kreeg ik ervoor terug.

Project 1: Ruïne

Het huis was eigenlijk een ruïne. Maar dat hield mij niet tegen, want ik ben in staat om door de puinhoop heen te kijken en het eindresultaat te visualiseren. Wat alleen een beetje tegenviel, was dat het leven in een klein dorp ook wat benauwend te zijn. Zo wisten de buren bijna iedere minuut van de dag wel wat ik aan het doen was. De carnavalsvereniging kwam via de achtertuin vrolijk naar binnen lopen om te collecteren. Ik hou best wel van wat gezelligheid, maar hecht ook veel waarde aan een privéleven.

En toen – ik naderde de 30 jaar – kwam de kinderwens. Mijn buurvrouw – plat Brabants accent, kort pittig kapsel, verknocht aan haar Crocks – was lerares van de enige basisschool in de omgeving. Ze kwam op mij nooit over als de vrouw die mijn toekomstige kinderen met enige liefde veel kon bijbrengen. Ze was een type dat tijdens de bouw van hun smetteloze nieuwbouwwoning op een stoeltje naar de bouwvakkers zat te kijken en om de 5 minuten aangaf dat ze een steen scheef aan het metselen waren. Op een sergeant-majoor achtige toon. Nee, dat zou nooit of te nimmer de lerares van mijn kinderen gaan worden.

Die belofte ben ik goed nagekomen. Van zwanger worden, is het in die tijd niet gekomen. Ook de relatie met mijn toenmalige vriend heeft het niet gered. Het resultaat: al het geld dat ik in het huis had gestopt, was ik kwijt. Mijn ex mocht het huis voor een schappelijke prijs van me overnemen, zodat we beiden zo snel mogelijk weer met ons eigen leven verder konden.

Project 2: Opknapper in Frankrijk

Mijn ex heb ik nooit gemist. Het huis van zijn ouders in Frankrijk wel. Wat was het toch heerlijk om daar een aantal weken in de zomer te verblijven. Dus je voelt ‘m al aankomen: project nummer 2 werd een opknapper in Frankrijk. Al moet ik erbij zeggen dat het woord opknapper nog iets te chique is voor de voormalige koeienschuur en paardenstal die ik met mijn inmiddels nieuwe en huidige vriend had gekocht. We moesten de koeienpoep nog van de muren spuiten. Maar he, als vastgoedontwikkelaar voelde ik het aan mijn water aan dat dit een succesvol project ging worden.

Een succes is het zeker, want we gaan hier al jaren met de kinderen met veel plezier op vakantie. Maar of het ook een financieel succes is? Nee, absoluut niet, dankzij president Hollande (met voorbereidend werk van Sarkozy) werd een treurige wet ingevoerd: op het moment dat buitenlanders hun vakantiewoning willen verkopen, moeten zij de winst met de staat delen. Dit geldt voor een termijn van 30 jaar na aankoop van de woning (ja, echt, 30 jaar!). De kosten voor het opknappen van een huis mag je van de winst aftrekken. Onder voorwaarde dat je gebruik hebt gemaakt van een erkende Franse aannemer. Pech voor ons, want het bedrijf dat ons heeft geholpen, is een klusjesbedrijf. Kortom: project 2 is ‘egotechnisch’ gezien ook geen opsteker voor mijn vastgoedtalent geweest.

Project 3: Nieuwbouwwoning in de stad

Misschien dan project 3, want met de vriend kocht ik ook een nieuwbouwwoning in de stad. Geen grote stad, maar wel eentje van een redelijk formaat en in de Randstad. Daar kun je je toch ook geen buil aan vallen, toch? Het is een heerlijk groot huis, met enorm veel daglicht en allesbehalve standaard te noemen. Maar ja, als je het huis in toptijd hebt gekocht en snel daarna een crisis uitbreekt, blijkt ook nieuwbouw geen veilige keuze te zijn.

Nu ben ik nogal koppig aangelegd. Ik kan er ook echt niet tegen als ik ergens slecht in ben, terwijl het mijn interesse wel heeft. Dus ik ben inmiddels in de fase aangekomen dat ik een project nummer 4 wil. Project nummer 3 gaat binnenkort in de verkoop en bij het volgende project gaat het me echt wel lukken. Een ezel stoot zich immers toch geen vierde keer aan dezelfde steen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *